Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016

Onder 2.4 Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:352.

De hoofdverplichting van de lener van roerende zaken is de (af)levering aan de uitlener van een even grote hoeveelheid zaken van gelijke soort en hoedanigheid als hij bij het tot stand komen van de overeenkomst heeft ontvangen. De hoofdverplichting van de lener van geld is om aan de uitlener evenveel geld terug te betalen als hij heeft geleend (het nominaliteitsbeginsel). De teruggaveplicht van de lener betreft de ‘hoofdsom’, maar het staat partijen vrij om overeen te komen dat de lener een vergoeding (rente) verschuldigd is. De hoogte van de rente moet ingevolge art. 7A:1804 BW schriftelijk worden vastgelegd. Indien dit niet is gebeurd, moet de wettelijke rente worden betaald (art. 7A:1805 BW). Als op de partij aan wie de zaak is overgedragen of het geld is overhandigd géén teruggaveplicht rust, moet de overeenkomst gekwalificeerd worden als een schenking. In de praktijk komt het nogal eens voor dat aanspraak wordt gemaakt op terugbetaling van een geldsom op grond van de stelling dat het geld is uitgeleend, terwijl de ontvanger stelt dat het geld hem is geschonken. In beginsel volgt uit art. 150 Rv dat de eiser het bestaan van de verbintenis tot teruggave dient te bewijzen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d0c15f908a9c1295789004f888982edba24d757ffabd671bc848d4c297ef49a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d0c15f908a9c1295789004f888982edba24d757ffabd671bc848d4c297ef49a, en de alinea staat in dat document op bytes 14412 tot 15828.