Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016

Onder 4.8 Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:352.

De stelling van [eiseres] dat niet vaststaat dat [verweerder] nooit kan terugbetalen dient bovendien te worden aangemerkt als een nog niet eerder in de processtukken aangevoerde nieuwe feitelijke onderbouwing van de grondslag van haar vordering die zij ingevolge de in artikel 347 lid 1 Rv besloten liggende twee conclusie regel niet later dan in haar memorie van grieven naar voren had dienen te brengen. Het hof ziet voor het aannemen van een uitzondering op deze in beginsel strakke regel geen grond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d0c15f908a9c1295789004f888982edba24d757ffabd671bc848d4c297ef49a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d0c15f908a9c1295789004f888982edba24d757ffabd671bc848d4c297ef49a, en de alinea staat in dat document op bytes 27830 tot 28346.