Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016
Onder 2.12 Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:352.
Op te merken is dat op blz. 3 van de cassatiedagvaarding, onder het kopje “Uitgangspunten en klachten in cassatie” wordt gesteld dat veronderstellenderwijs “- bij wijze van hypothetisch feitelijke grondslag -” uit kan worden gegaan van de juistheid van de door [eiseres] in de feitelijke instanties aangevoerde stelling dat tussen partijen sprake is van overeenkomst van geldlening. Dit uitgangspunt is niet juist. [eiseres] heeft onder aanvoering van een aantal feiten primair aangevoerd dat sprake is van een overeenkomst van geldlening. [verweerder] heeft daartegenover aangevoerd dat sprake is van een schenking. Het is vervolgens aan de rechter om de overeenkomst tussen partijen te kwalificeren als een bepaalde overeenkomst. Dit is een rechtsoordeel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d0c15f908a9c1295789004f888982edba24d757ffabd671bc848d4c297ef49a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d0c15f908a9c1295789004f888982edba24d757ffabd671bc848d4c297ef49a, en de alinea staat in dat document op bytes 30793 tot 31606.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9d0c15f908a9c1295789004f888982edba24d757ffabd671bc848d4c297ef49a | shasum -a 256