Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016
Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:352.
In het licht van het bovenstaande slaagt het onderdeel. Nu aangenomen moet worden dat tussen partijen sprake is van een overeenkomst van geldlening, had het hof aan de hand van de bepalingen van Titel 14 van Boek 7A BW de rechten en verplichtingen van partijen moeten vaststellen. Zoals hierna zal blijken had het hof in dat verband ook acht moeten slaan op de bijzondere bepalingen omtrent stelplicht en bewijslast.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d0c15f908a9c1295789004f888982edba24d757ffabd671bc848d4c297ef49a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d0c15f908a9c1295789004f888982edba24d757ffabd671bc848d4c297ef49a, en de alinea staat in dat document op bytes 33119 tot 33548.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9d0c15f908a9c1295789004f888982edba24d757ffabd671bc848d4c297ef49a | shasum -a 256