Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016

Onder 2.22 Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:352.

Ook dit onderdeel slaagt. In het licht van de hiervoor weergegeven verdeling van de stelplicht en bewijslast, die het hof in rov 4.6, tweede volzin, heeft miskend, geeft het oordeel dat de door [eiseres] ter zitting ingenomen stelling dat niet vaststaat dat [verweerder] nooit kan terugbetalen, moet worden aangemerkt als een nieuwe stelling dan wel nieuwe feitelijke onderbouwing van de grondslag van haar vordering, blijk van een onjuiste rechtsopvatting. De stelling van [eiseres] moet immers worden aangemerkt als een reactie op het verweer van [verweerder] dat hij het bedrag slechts zou terugbetalen als hij daartoe de mogelijkheid had en dat niet bekend was of en eventueel hoe hij dit bedrag zou terugbetalen en op welke termijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d0c15f908a9c1295789004f888982edba24d757ffabd671bc848d4c297ef49a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d0c15f908a9c1295789004f888982edba24d757ffabd671bc848d4c297ef49a, en de alinea staat in dat document op bytes 44800 tot 45550.