Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016
Onder 2.30 Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:352.
Onderdeel 3.2 neemt tot uitgangspunt dat de door het hof bedoelde opschortende voorwaarde moet worden verstaan als een tijdsbepaling dat [verweerder] het aan hem geleende bedrag van € 10.000,- aan [eiseres] zal terugbetalen wanneer hij daartoe in staat zal zijn. Het onderdeel klaagt dat het hof in dat geval heeft miskend dat het op grond van art. 7A:1798 BW de verplichting had om de tijd van teruggave ambtshalve te bepalen, “(te meer) nu tussen partijen verschil bestond over de tijd der terugbetaling omdat [verweerder] ook in hoger beroep, (al dan niet) bij wijze van bevrijdend verweer, heeft betwist tot de terugbetaling in staat te zijn”. Door dit niet te doen en na te laten een tijd(stip) van terugbetaling te bepalen, heeft het hof volgens het onderdeel zijn taak als appelrechter miskend, aangezien het op grond van art. 7A:1798 BW daartoe ambtshalve had moeten beslissen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d0c15f908a9c1295789004f888982edba24d757ffabd671bc848d4c297ef49a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d0c15f908a9c1295789004f888982edba24d757ffabd671bc848d4c297ef49a, en de alinea staat in dat document op bytes 54263 tot 55276.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9d0c15f908a9c1295789004f888982edba24d757ffabd671bc848d4c297ef49a | shasum -a 256