Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016
Onder 2.31 Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:352.
Zoals gezegd heeft de Hoge Raad in het hiervoor genoemde arrest van 24 november 1927 beslist dat art. 7A:1798 BW een gebiedend voorschrift is dat de rechter verplicht om in het geval dat tussen partijen verschil bestaat over de tijd van teruggave, “bijvoorbeeld wanneer de uitleener de teruggave in rechten vordert stellende, dat de leener daartoe in staat is, en deze bewering door den leener wordt betwist; - maar dan ook in ieder geval, waarin tusschen partijen een verschil als voorbedoeld bestaat”, ambtshalve, hetzij op verzoek der partij, die meent, dat een beslissing omtrent dit punt met haar belangen strookt, de tijd van teruggave te bepalen. Indien de lener van mening is dat hij niet in staat is om op enig moment (iets) terug te betalen, dan is het aan hem om zulks te stellen en aan te tonen. Een dergelijke verplichting rust niet op de uitlener. In het onderhavige geval heeft het hof niet vastgesteld dat [verweerder] niet in staat is (zal zijn) om zijn (aangenomen) verplichting tot terugbetaling in het geheel niet na te komen. Het hof had dan ook op grond van art. 7A:1798 BW de tijd van teruggave moeten bepalen. Daarvoor was een verzoek van de kant van één van partijen niet noodzakelijk. Het onderdeel slaagt dan ook.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d0c15f908a9c1295789004f888982edba24d757ffabd671bc848d4c297ef49a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d0c15f908a9c1295789004f888982edba24d757ffabd671bc848d4c297ef49a, en de alinea staat in dat document op bytes 55356 tot 56650.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9d0c15f908a9c1295789004f888982edba24d757ffabd671bc848d4c297ef49a | shasum -a 256