Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016

Onder 2.34 Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:352.

Onderdeel 4.1 stelt voorop dat het oordeel in 4.11 niet anders kan worden begrepen dan dat het hof heeft geoordeeld dat tussen partijen geen sprake is van overeenkomsten van geldlening uit hoofde waarvan [verweerder] rechtens gehouden is om het door [eiseres] aan hem betaalde bedrag van € 1.700,- en het door [eiseres] ten behoeve van hem aan Leaseproces overgemaakte bedrag van € 895,- terug te betalen. Het onderdeel klaagt dat het hof ten onrechte in rov. 4.11 op grond van dat oordeel heeft geconcludeerd dat daarmee voor de door [eiseres] voorgeschoten bedragen “derhalve” niet vaststaat “dat sprake is van een verplichting tot terugbetaling” en dat de vordering tot betaling van deze bedragen hierop strandt, nu voor [verweerder] “onder de gegeven feiten en omstandigheden” (ook) sprake is van een verplichting tot terugbetaling en de vorderingen toewijsbaar zijn op de door [eiseres] aan deze vordering(en) in hoger beroep ten grondslag gelegde subsidiaire rechtsgrond onverschuldigde betaling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d0c15f908a9c1295789004f888982edba24d757ffabd671bc848d4c297ef49a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d0c15f908a9c1295789004f888982edba24d757ffabd671bc848d4c297ef49a, en de alinea staat in dat document op bytes 59359 tot 60435.