Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016

Onder 3.10. Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:36.

De generieke vrijstelling van art. 12 Vrijstellingsregeling Wte 1995 waarop de remisier aanspraak kan maken, is aan drie voorwaarden verbonden. De vrijstelling geldt uitsluitend ingeval de remisier cliënten aanbrengt bij een instelling die valt binnen de categorieën waarvoor vrijstelling kan worden verleend, waaronder valt een vergunninghoudende effecteninstelling zoals Dexia. De cliëntenremisier dient op te treden in overeenstemming met de gedragsregels zoals neergelegd in art. 24 Bte 1995. De cliëntenremisier moet als zodanig ingeschreven staan in het register waar ook de effecteninstellingen waaraan een vergunning is verleend, staan geregistreerd. Dat volgt uit art. 21 Wte 1995 en art. 12 Vrijstellingsregeling. Zie hiervoor ook F.M.A. ’t Hart, ‘De positie van de cliëntenremisier onder de Wte 1995’, TvE 2002/5, p. 118 e.v. en C.M. Grundmann-van de Krol, Koersen door het effectenrecht, eerste druk 1997; tweede druk 1999 en derde druk 2000, telkens hoofdstuk 3, par. 3.2.1.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/106cc5c7035fe91c0fc173e55392a970b6e4b9f89efa001e9b079c08d183af10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 106cc5c7035fe91c0fc173e55392a970b6e4b9f89efa001e9b079c08d183af10, en de alinea staat in dat document op bytes 69597 tot 70608.