Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016
Onder 4.16.14 Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:36.
In de toelichting op artikel 12 Vrijstellingsregeling Wte 1995 is over de reden dat cliëntenremisiers van de vergunningplicht van artikel 7 Wte 1995 zijn vrijgesteld het volgende vermeld: “Natuurlijke personen en rechtspersonen die als effectenbemiddelaar cliënten aanbrengen bij een beleggingsinstelling of bij een effecteninstelling die een vergunning heeft of waarop een vrijstelling van toepassing is (), worden voor het aanbieden of verrichten van die diensten vrijgesteld van de vergunningplicht. Reden hiervoor is dat gezien de aard van de dienstverlening, de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de verrichte effectendiensten ligt bij de instelling waarbij de betrokken cliënt is aangebracht. Aangezien het hierbij gaat om instellingen die reeds aan toezicht zijn onderworpen dan wel zijn vrijgesteld, kan de vergunningplicht voor de betrokken remisiers achterwege blijven.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/106cc5c7035fe91c0fc173e55392a970b6e4b9f89efa001e9b079c08d183af10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 106cc5c7035fe91c0fc173e55392a970b6e4b9f89efa001e9b079c08d183af10, en de alinea staat in dat document op bytes 132844 tot 133784.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/106cc5c7035fe91c0fc173e55392a970b6e4b9f89efa001e9b079c08d183af10 | shasum -a 256