Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016
Onder 5.5. Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:36.
Hiervoor onder 3.7 en 3.9 is aangegeven dat de cliëntenremisier wel valt onder de omschrijving van effectenbemiddelaar in de zin van art. 1 sub b onder 1° van de Wte 1995, dat hij daarmee in beginsel vergunningplichtig is doch dat hij valt onder de generieke vrijstelling van art. 12 lid 1 Vrijstellingsregeling Wte 1995 ingeval hij zijn cliënten aanbrengt bij een vergunninghoudende effecteninstelling zoals Dexia. Hij wordt dan voor dat aanbrengen van cliënten bij de andere effecteninstelling vrijgesteld van de vergunningplicht van art. 7 Wte 1995. Uit de toelichting bij deze Vrijstellingsregeling blijkt, als gezegd, dat de ratio van deze vrijstelling is dat – gezien de aard van de dienstverlening, het aanbrengen van cliënten bij een andere effecteninstelling – de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de verrichte effectendiensten ligt bij de instelling waarbij de betrokken cliënt is aangebracht. Aangezien het hierbij gaat om instellingen die reeds aan toezicht zijn onderworpen dan wel zijn vrijgesteld, kan de vergunningplicht voor de betrokken remisiers achterwege blijven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/106cc5c7035fe91c0fc173e55392a970b6e4b9f89efa001e9b079c08d183af10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 106cc5c7035fe91c0fc173e55392a970b6e4b9f89efa001e9b079c08d183af10, en de alinea staat in dat document op bytes 157221 tot 158337.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/106cc5c7035fe91c0fc173e55392a970b6e4b9f89efa001e9b079c08d183af10 | shasum -a 256