Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016

Onder 5.6. Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:36.

Zie ook F.M.A. ’t Hart, ‘De positie van de cliëntenremisier onder de Wte 1995’, TvE 2002-5, p. 122, die eveneens van oordeel is dat de combinatie van het aanbrengen van cliënten in combinatie met het optreden als beleggingsadviseur, niet valt onder de generieke vrijstelling voor cliëntenremisiers. Hij betoogt in dat verband dat het antwoord op de vraag waarom de combinatie van het verrichten van de van vergunningplicht vrijgestelde werkzaamheden als cliëntenremisier tezamen met het verrichten van een niet vergunningplichtige activiteit als beleggingsadviseur vergunningplichtig is, is dat juist de reden om de cliëntenremisier vrij te stellen en om de beleggingsadviseur niet onder de reikwijdte van de Wte 1995 te brengen gelegen is in het feit dat cliëntenremisiers geen andere effectendiensten verrichten en dus uitsluitend in die hoedanigheid optreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/106cc5c7035fe91c0fc173e55392a970b6e4b9f89efa001e9b079c08d183af10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 106cc5c7035fe91c0fc173e55392a970b6e4b9f89efa001e9b079c08d183af10, en de alinea staat in dat document op bytes 159966 tot 160855.