Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2016
Onder 2.2 Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:366.
Het hof heeft in rov. 4.5 en 4.6 geoordeeld dat de bevoegdheid van de Court of Common Pleas om kennis te nemen van het verzoek van de man in de ‘motion for special relief’ van april 2013 en van diens verzoek tot wijziging van het gezag van 4 september 2013, heeft berust op een internationaal aanvaarde grondslag, te weten de gewone verblijfplaats van de kinderen in Pennsylvania in september 2011 ten tijde van het aanhangig maken van de echtscheidingsprocedure. Het hof heeft overwogen dat de Verordening Brussel II-bis uitgaat van het beginsel van perpetuatio fori , dit in tegenstelling tot het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996. Bij de huidige internationale stand van zaken moet worden geoordeeld dat in zaken van ouderlijke verantwoordelijkheid zowel toepassing van het beginsel van perpetuatio fori als het achterwege daarvan internationaal algemeen aanvaardbaar is, aldus het hof.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9728ef01cff6d762b33433d2d37620afc237bfb3bbc60d1c509b73d8649cb54f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9728ef01cff6d762b33433d2d37620afc237bfb3bbc60d1c509b73d8649cb54f, en de alinea staat in dat document op bytes 11673 tot 12780.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9728ef01cff6d762b33433d2d37620afc237bfb3bbc60d1c509b73d8649cb54f | shasum -a 256