Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2016

Onder 2.8 Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:366.

Eén van de voorwaarden voor erkenning is derhalve dat de buitenlandse rechter die de beslissing heeft gegeven, zijn bevoegdheid moet hebben gebaseerd op een internationaal aanvaarde grond. Deze bevoegdheidstoetsing wordt niet uitgevoerd aan de hand van het (proces)recht van de rechter die de beslissing heeft gewezen noch aan de hand van het recht van het land waar de erkenning wordt ingeroepen. Het gaat om de vraag of de bevoegdheid van de buitenlandse rechter is gebaseerd op een grond die in het internationale rechtsverkeer algemeen is aanvaard, zoals neergelegd in verdragen en/of verordeningen. Dergelijke internationale instrumenten kunnen, zelfs als zij nog niet in werking zijn getreden, uitdrukking geven aan een communis opinio over internationaal aanvaardbare bevoegdheidsgronden. Afhankelijk van het onderwerp waarop de te erkennen beslissing betrekking heeft, kunnen verdragen en/of verordeningen een concreet handvat bieden. Ter illustratie wijs ik op een arrest van de Hoge Raad van 27 mei 1988, waarin het betrof de erkenning van een buitenlandse echtscheidingsbeslissing en in dat kader de vraag rees of de rechter te Colorado rechtsmacht had om van de echtscheiding kennis te nemen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ter beoordeling van die vraag terecht art. 2 van het Haags Echtscheidingsverdrag van 1 juni 1970 tot richtsnoer had genomen, ook al miste dat verdrag in die zaak rechtstreekse toepassing.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9728ef01cff6d762b33433d2d37620afc237bfb3bbc60d1c509b73d8649cb54f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9728ef01cff6d762b33433d2d37620afc237bfb3bbc60d1c509b73d8649cb54f, en de alinea staat in dat document op bytes 19291 tot 20895.