Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2016

Onder 2.10 Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:366.

De Verordening Brussel II-bis is gebaseerd op wederzijds vertrouwen in de rechtsstelsels van de lidstaten, hetgeen onder meer in de fase van de erkenning (en de tenuitvoerlegging) tot uitdrukking komt in art. 24 Brussel II-bis, waarin is opgenomen het verbod van toetsing van de bevoegdheid van de rechter die de beslissing heeft gegeven (verbod van ‘révision au fond’). Art. 8 lid 1 Brussel II-bis bevat de algemene bevoegdheidsregel voor maatregelen inzake ouderlijke verantwoordelijkheid en kent bevoegdheid toe aan de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan het kind zijn gewone verblijfplaats heeft op het tijdstip dat de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt. Art. 12 lid 1 Brussel II-bis kent, in afwijking van art. 8 Brussel II-bis, onder bepaalde voorwaarden bevoegdheid toe aan de echtscheidingsrechter. Hiermee wordt bereikt dat de echtscheidingsrechter (bevoegd op basis van art. 3 Brussel II-bis) ook kennis kan nemen van met de echtscheiding samenhangende kwesties inzake ouderlijke verantwoordelijkheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9728ef01cff6d762b33433d2d37620afc237bfb3bbc60d1c509b73d8649cb54f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9728ef01cff6d762b33433d2d37620afc237bfb3bbc60d1c509b73d8649cb54f, en de alinea staat in dat document op bytes 21487 tot 22544.