Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2016

Onder 2.12 Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:366.

Uit het voorgaande volgt dat de bevoegdheid gebaseerd op de gewone verblijfplaats van het kind een internationaal aanvaarde bevoegdheidsgrond is. De rechter van de gewone verblijfplaats van het kind is immers het beste in staat zich een oordeel te vormen over de verzochte maatregelen inzake ouderlijke verantwoordelijkheid en over de belangen van het kind. De maatregelen zullen meestal ook in het land van de gewone verblijfplaats van het kind effect moeten sorteren. Bevoegdheid en toepasselijk recht lopen hier samen (‘Gleichlauf’): de rechter van het land van de gewone verblijfplaats van het kind past zijn eigen recht toe op de te nemen maatregelen (zie art. 15 HKV 1996).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9728ef01cff6d762b33433d2d37620afc237bfb3bbc60d1c509b73d8649cb54f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9728ef01cff6d762b33433d2d37620afc237bfb3bbc60d1c509b73d8649cb54f, en de alinea staat in dat document op bytes 23297 tot 24121.