Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 april 2016

Onder 3.4.5. Parket bij de Hoge Raad 28 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:369.

“Het is verder opvallend dat de Hoge Raad in vorenbedoelde rechtsoverweging [r.o. 3.5; PJW] op geen enkele wijze een mogelijk onderscheid maakt tussen ficties die reeds tot stand zijn gekomen voorafgaande aan het sluiten van het verdrag en ficties die nadien in de nationale wetgeving zijn geïncorporeerd; daar de onderhavige arresten mijns inziens wijzen op een beperkte dynamiserende verdragsinterpretatie lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat voor verdragen die tot stand zijn gekomen na invoering van nationaalrechtelijke ficties als hiervoor bedoeld, er geen belemmering uitgaat van art. 31 Verdrag van Wenen, c.q. art. 2, derde lid, [bedoeld zal zijn art. 3, tweede lid; PJW] OESO-modelverdrag. Indien verdragspartijen zich bijvoorbeeld in de gezamenlijke toelichting bij een verdrag expliciet verenigd hebben met nationaalrechtelijke ficties hebben die vanzelfsprekend wel effect voor de verdragstoepassing.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb0e3ec557f1667d7f1107aebcbfb08a5e8d2f7644c671f78af5ff1bb5518f3a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb0e3ec557f1667d7f1107aebcbfb08a5e8d2f7644c671f78af5ff1bb5518f3a, en de alinea staat in dat document op bytes 65897 tot 66831.