Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 april 2016

Onder 3.3.11. Parket bij de Hoge Raad 28 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:369.

2. Uit het al genoemde arrest van 5 september 2003 volgt dat Nederland de fictiefloonregeling niet kan toepassen in verdragen die zijn gesloten voordat de fictiefloonregeling werd ingevoerd (1 januari 1997). Uit het onderhavige arrest (nr. 11/02127) wordt duidelijk dat Nederland de fictiefloonregeling wel mag toepassen in (na 1 januari 1997 gesloten) verdragen die een gezamenlijke toelichting van de verdragspartijen kennen waaruit blijkt dat fictief loon voor verdragstoepassing als verkregen wordt beschouwd. De meeste verdragen kennen evenwel geen gezamenlijke toelichting van de verdragspartijen. Hoe zit het dan? Mag Nederland de fictiefloonregeling toepassen onder (na 1 januari 1997 gesloten) verdragen die geen gezamenlijke toelichting hebben (of een protocolbepaling die duidelijk maakt dat fictief loon als ‘verkregen’ wordt beschouwd)? Omdat geen sprake is van een ‘eenzijdige posterieure wijziging van de Nederlandse nationale wetgeving’ zou de toepassing van de fictiefloonregeling wellicht geoorloofd zijn (zie r.o. 3.4.4 van het arrest van 5 september 2003). Maar uit r.o. 4.4.6 (slot) van HR 15 april 2011, FED 2011/59, lijkt een tegengestelde conclusie getrokken te moeten worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb0e3ec557f1667d7f1107aebcbfb08a5e8d2f7644c671f78af5ff1bb5518f3a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb0e3ec557f1667d7f1107aebcbfb08a5e8d2f7644c671f78af5ff1bb5518f3a, en de alinea staat in dat document op bytes 83306 tot 84527.