Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 april 2016
Onder 5.8 Parket bij de Hoge Raad 28 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:369.
“–9. In het slot van r.o. 4.4.6 plaatst de Hoge Raad nog een andere interessante opmerking. Die opmerking betreft het door verdragspartners over en weer informeren over elkaars fiscale stelsel ten tijde van de verdragsonderhandelingen en de betekenis die daaraan bij de verdragsuitleg toekomt. Voor de verdragspartner is het relevant te weten hoe het buitenlandse fiscale stelsel in elkaar zit zodat in feite elke verdragspartner aan de andere partij een volledig inzicht moet verstrekken van de vormgeving van diens eigen stelsel, althans voor zover dat verdragsrechtelijk relevant kan zijn. Dat is een nogal arbitraire aangelegenheid, maar ik zou menen dat als men dit serieus neemt, een zeer uitvoerige uiteenzetting van alle relevante aspecten van een belastingstelsel moet worden gegeven. Het lastige is dat hierover niets wordt gepubliceerd, zodat buitenstaanders niet weten hoe dit heeft plaats gevonden. Bovendien kan – en zal vermoedelijk – de verdragspartner nog wel eens voor verrassingen komen te staan. De Hoge Raad neemt een belanghebbende hier uitdrukkelijk tegen in bescherming voor zover deze wederzijdse informatieverstrekking eventueel tegen hem zou kunnen worden gebruikt doordat een verdragsstaat erop wijst dat de wederpartij van alle relevante informatie is voorzien. Reeds om die reden zou dan geen sprake kunnen zijn van strijdigheid met de goede verdragstrouw. De Hoge Raad oordeelt echter dat, zelfs als de andere verdragspartner van een in geding zijnde regeling ten aanzien waarvan de goede verdragstrouw wordt ingeroepen tevoren op de hoogte is gesteld, dit een belanghebbende niet kan worden tegengeworpen. In casu is daarvan in redelijke mate sprake; zie in dit verband hetgeen door de minister in zijn beroepschrift in cassatie naar voren is gebracht. Hij verwijst uitdrukkelijk naar de gezamenlijke toelichting ten aanzien van par. 2 en 3 bij art. 18 van het verdrag met België. Hoe dan ook, de toepassing van de goede verdragstrouw is niet afhankelijk van hetgeen een land het andere land aan informatie heeft verstrekt en zelfs niet als vaststaat dat die informatie is verstrekt. Kennelijk meent de Hoge Raad dat de verdragspartner niet alle ins en outs van dergelijke bepalingen zal en hoeft te overzien en dat dit in elk geval een belastingplichtige niet kan benadelen. Op dit punt acht ik de zienswijze van de Hoge Raad te eenzijdig of althans te ongenuanceerd omdat – zoals de minister in zijn beroepschrift in cassatie laat zien – in de gezamenlijke (!) toelichting van de verdragspartners bij het verdrag expliciet op deze problematiek is ingegaan. Daaraan is mijns inziens betekenis toe te kennen. Op dit punt vind ik het oordeel van de Hoge Raad voor nuancering vatbaar.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb0e3ec557f1667d7f1107aebcbfb08a5e8d2f7644c671f78af5ff1bb5518f3a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb0e3ec557f1667d7f1107aebcbfb08a5e8d2f7644c671f78af5ff1bb5518f3a, en de alinea staat in dat document op bytes 93821 tot 96565.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fb0e3ec557f1667d7f1107aebcbfb08a5e8d2f7644c671f78af5ff1bb5518f3a | shasum -a 256