Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2016

Onder 2.15. Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:379.

In de onderdelen 2.1 en 2.2 wordt in het bijzonder geklaagd over het oordeel dat het door eiseressen bij pleidooi in het geding gebrachte rapport van de belastingadviseur in het geheel niet is toegelicht en dat het niet aan het hof is, daarin bevestiging te zoeken van stellingen die eiseressen zelf niet naar voren hebben gebracht. Volgens de klacht mocht [eiseres], nu het hof over dit verslag geen vragen heeft gesteld, ervan uitgaan dat zij voldoende had gesteld ter onderbouwing van door haar als gevolg van deze wetswijziging geleden of nog te lijden schade. Over deze klacht kan ik kort zijn: zij gaat ten onrechte ervan uit dat indien de rechter over de inhoud van een door een partij voor het pleidooi overgelegde productie geen vragen stelt, daarmee vaststaat dat de desbetreffende partij aan haar stelplicht heeft voldaan. Overigens gaat de klacht eraan voorbij dat in de procedure bij het hof niet slechts ter discussie stond of [eiseres] reëel de beschikking had over deze activa, maar ook of deze bedrijfsmiddelen kunnen worden aangewend voor andersoortige activiteiten dan de vervaardiging en verkoop van dierenpornografie, mede gelet op de ruimere omschrijving in het handelsregister van de bedrijfsactiviteiten van [eiseres]. Deze klacht faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49d9ca1e433b8ce32984a82217af8353f07d52be3920b0133c1843394acdc6a5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49d9ca1e433b8ce32984a82217af8353f07d52be3920b0133c1843394acdc6a5, en de alinea staat in dat document op bytes 31072 tot 32385.