Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2016

Onder 2.17. Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:379.

De klachten onder 2.3 - 2.7 en 2.9 berusten, blijkens de gegeven toelichting, op de gedachte dat de invoering van een wet die bepaalde bedrijfsactiviteiten (in Nederland) onmogelijk maakt, zonder dat de wetgever heeft voorzien in nadeelcompensatie en/of in een overgangsperiode waarin de gedupeerde bedrijven zich kunnen instellen op vervangende bedrijfsactiviteiten of op een andere markt, het handelen van de Staat zonder meer onrechtmatig maakt. Die opvatting is rechtens niet juist. In de systematiek van art. 1 Eerste Protocol EVRM – het hof bespreekt immers de gevolgen van een inmenging door de Staat als bedoeld in dat artikel – is voor een inmenging, onder meer, vereist dat een fair balance bestaat tussen het met de overheidsmaatregel nagestreefde algemeen belang en anderzijds de individuele belangen van het door die maatregel getroffen individu. Wanneer sprake is van een individuele buitensporige last voor de betrokkene, is aan dat vereiste niet voldaan. Daarbij dienen alle omstandigheden van het individuele geval in ogenschouw te worden genomen .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49d9ca1e433b8ce32984a82217af8353f07d52be3920b0133c1843394acdc6a5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49d9ca1e433b8ce32984a82217af8353f07d52be3920b0133c1843394acdc6a5, en de alinea staat in dat document op bytes 33937 tot 35118.