Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016
Onder 7.9. Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:38.
Naar het oordeel van het hof behoorde [eiseres] op grond van de inhoud van de brief te begrijpen dat [verweerster] ervan uitging dat zij het aanbod van [eiseres] om een leaseovereenkomst aan te gaan rechtsgeldig had aanvaard. Zij had, indien zij de totstandkoming van de overeenkomst had willen voorkomen, onverwijld aan [verweerster] moeten meedelen dat zij haar in tijd gelimiteerde aanbod als vervallen beschouwde. Haar stelling dat zij een dergelijke mededeling wél heeft gedaan, namelijk telefonisch na ontvangst van de brief van 21 november 2008, kan niet worden aanvaard, gelet op hetgeen in het voorgaande is overwogen met betrekking tot de aan [eiseres] gegeven bewijsopdracht op dit punt. Evenmin kan de brief van [eiseres] aan [B] d.d. 21 november 2011 als een mededeling in de zin van artikel 6:223 lid 2 BW worden aangemerkt, aangezien die brief niet aan [verweerster] was gericht maar aan [B] en bovendien, gelet op de inhoud, betrekking had op de met [B] gesloten overeenkomst voor informaticaprestaties.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1a4cf3b1ecaae714387cf72250070a0c541f19fe3b1edce86814d8b0d01b7b32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1a4cf3b1ecaae714387cf72250070a0c541f19fe3b1edce86814d8b0d01b7b32, en de alinea staat in dat document op bytes 17635 tot 18671.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1a4cf3b1ecaae714387cf72250070a0c541f19fe3b1edce86814d8b0d01b7b32 | shasum -a 256