Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016

Onder 3.5.3 Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:38.

De in art. 6:223 lid 2 BW bedoelde mededelingsplicht van de aanbieder berust op de redelijkheid en billijkheid die geldt in de verhouding tussen partijen die onderhandelen over de totstandkoming van een overeenkomst. De uitwerking ervan wordt ingekaderd in de wilsvertrouwensleer. Immers alleen de aanbieder die begrijpt of behoort te begrijpen dat voor de wederpartij niet duidelijk was dat haar aanvaarding te laat was, heeft een mededelingsplicht. Volgens de parlementaire geschiedenis volgt daaruit dat deze bepaling terughoudend moet worden toegepast:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1a4cf3b1ecaae714387cf72250070a0c541f19fe3b1edce86814d8b0d01b7b32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1a4cf3b1ecaae714387cf72250070a0c541f19fe3b1edce86814d8b0d01b7b32, en de alinea staat in dat document op bytes 26511 tot 27209.