Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016
Onder 3.5.3 Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:38.
Men lette er op dat in al deze gevallen vereist is dat de aanbieder de betreffende, voor de wederpartij bestaande onduidelijkheid begreep of behoorde te begrijpen. Alleen dan kan men immers van hem vergen dat hij, wanneer hij zich op niet-tijdigheid van de aanvaarding wil beroepen, onverwijld reageert. Bij de vraag in welke omstandigheden sprake is van „behoren te begrijpen" zal mede met deze strekking van de regel rekening moeten worden gehouden in dier voege dat niet te snel zal mogen worden aangenomen dat aan deze eis is voldaan. Men vergelijke de uitdrukking „duidelijk kenbaar", die in artikel 8 lid 2 van het ontwerp in dit verband werd gebezigd. Was de voor de wederpartij bestaande onduidelijkheid voor de aanbieder niet voldoende kenbaar, dan zal de wederpartij het risico van deze onduidelijkheid zelf hebben te dragen. Deze risicoverdeling lijkt de ondergetekende in overeenstemming met het vertrouwensbeginsel dat de totstandkoming van rechtshandelingen in het algemeen beheerst (artikel 3.2.3).”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1a4cf3b1ecaae714387cf72250070a0c541f19fe3b1edce86814d8b0d01b7b32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1a4cf3b1ecaae714387cf72250070a0c541f19fe3b1edce86814d8b0d01b7b32, en de alinea staat in dat document op bytes 28151 tot 29248.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1a4cf3b1ecaae714387cf72250070a0c541f19fe3b1edce86814d8b0d01b7b32 | shasum -a 256