Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016

Onder 3.9.2 Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:38.

[eiseres] had aangevoerd dat haar aanbod een duidelijke termijn voor aanvaarding bevatte en dat [verweerster] zelf de tekst van dat aanbod in haar modelcontracten heeft geformuleerd. In het licht van die omstandigheden is zonder nadere motivering, die ontbreekt, naar mijn mening niet voldoende begrijpelijk het oordeel, dat [eiseres] uit de brief van [verweerster] begreep of moest begrijpen dat voor [verweerster] niet duidelijk was dat haar acceptatie te laat was. Uit het feit dat [verweerster] zich in die brief op het standpunt stelde dat de overeenkomst tot stand was gekomen, behoeft een dergelijke onduidelijkheid immers niet noodzakelijkerwijs te volgen. Dat standpunt zou in het licht van de door [eiseres] aangevoerde omstandigheden immers ook kunnen betekenen dat [verweerster] zich realiseerde (of behoorde te realiseren) dat haar acceptatie te laat was, dan wel zich daar niet om bekommerde, maar niettemin de brief van 21 november 2008 verzond in de verwachting dat [eiseres] daartegen geen bezwaar zou hebben. Bij die stand van zaken kan niet zonder meer worden aangenomen, mede gezien de in de parlementaire geschiedenis aanbevolen terughoudendheid bij de toepassing van art. 6:223 lid 2 BW, dat voor [eiseres] voldoende kenbaar was dat bij [verweerster] een misverstand bestond over de tijdigheid van haar aanvaarding.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1a4cf3b1ecaae714387cf72250070a0c541f19fe3b1edce86814d8b0d01b7b32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1a4cf3b1ecaae714387cf72250070a0c541f19fe3b1edce86814d8b0d01b7b32, en de alinea staat in dat document op bytes 37270 tot 38697.