Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2016

Onder 9.2. Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:406.

Hetgeen de verdachte zelf heeft beweerd over zijn alcohol- en drugsmisbruik heeft het hof niet op andere gedachten gebracht. De verdachte heeft pas naderhand - na zijn bekentenis - voor het eerst tijdens het verhoor op 17 augustus 2011 gesteld dat hij cocaïne had gebruikt voordat hij [slachtoffer 3] neerschoot. Na die gebeurtenis zou hij (veel) meer hebben gebruikt. Bij de rechtbank verklaart hij dat hij de maanden voor 12 mei 2011 ontbeet met cocaïne. Over de wijze waarop hij dat deed - de plek, de dealer, de hoeveelheden, de financiering ervan - heeft hij niet, dan wel niet consistent, dan wel uiterst tardief verklaard. Het hof hecht geen geloof aan de bewering dat de verdachte in die periode waarin de ten laste gelegde levensdelicten werden gepleegd overmatige hoeveelheden alcohol of cocaïne gebruikte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a95ab3b57c222179f24a9a80a9796cfab780d9b03f4ddcf2499746ce0921df38. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a95ab3b57c222179f24a9a80a9796cfab780d9b03f4ddcf2499746ce0921df38, en de alinea staat in dat document op bytes 129624 tot 130456.