Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2016

Onder 11.3. Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:406.

De Hoge Raad citeerde eerst uit de conclusie van mijn voormalig ambtgenoot mr. Jörg voor HR 9 maart 1999, NJ 1999, 435, in welk arrest de Hoge Raad ook naar deze conclusie had verwezen. Vervolgens verduidelijkte de Hoge Raad de betekenis van HR 14 maart 2006, NJ 2007, 345, waarin hij de verhouding tussen de levenslange gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met verpleging bepaalde. Daarna wendde de Hoge Raad de steven naar de uitspraak van het EHRM van 12 februari 2008 in de zaak Kafkaris tegen Cyprus. Daarin sprak het EHRM uit dat de oplegging van een levenslange gevangenisstraf op een volwassene op zichzelf artikel 3 of enig ander artikel van het EVRM niet schendt, maar dat de oplegging van een levenslange gevangenisstraf zonder mogelijkheid van enigerlei matiging of wijziging wel vragen kan doen rijzen in verband met artikel 3 EVRM. Van belang is of de tot een levenslange gevangenisstraf veroordeelde enig vooruitzicht kan hebben op vrijlating. Als de nationale wetgeving de mogelijkheid kent van enigerlei herziening van een veroordeling tot levenslang zal dat voldoende zijn om in het spoor blijven van artikel 3 EVRM. Voldoende is dat een levenslange gevangenisstraf de jure en de facto vatbaar is voor verkorting. Het bestaan van een voorziening ter beoordeling van de mogelijkheid van strafvermindering is een factor waarmee rekening moet worden gehouden bij de beoordeling van de verenigbaarheid met artikel 3 van een veroordeling tot levenslang. Maar hoe een afzonderlijke lidstaat zo een systeem vormgeeft, valt buiten de discretie van het EHRM, mits het gekozen systeem niet in strijd komt met de beginselen van het EVRM. Vervolgens concludeert de Hoge Raad dat oplegging van een levenslange gevangenisstraf aan een meerderjarige op zichzelf niet onverenigbaar is met artikel 3 EVRM. Dat zou alleen het geval zijn als de werkelijke duur van de levenslange gevangenisstraf zonder enige uitzondering zou vaststaan, dus zonder mogelijkheid in het nationale recht om de duur van die straf te verkorten. De gestraften moet een perspectief op vrijlating worden gegund, hetgeen anderzijds niet wil zeggen dat in een concreet geval een levenslange vrijheidsstraf ook niet echt levenslang kan duren. Vervolgens overweegt de Hoge Raad:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a95ab3b57c222179f24a9a80a9796cfab780d9b03f4ddcf2499746ce0921df38. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a95ab3b57c222179f24a9a80a9796cfab780d9b03f4ddcf2499746ce0921df38, en de alinea staat in dat document op bytes 151188 tot 153519.