Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2016
Onder 11.7.1. Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:406.
Ook eerder, in Lázló Magyar tegen Hongarije, constateerde het EHRM een schending van artikel 3 EVRM. Klager was voor verschillende zeer ernstige misdrijven veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf met uitsluiting van de mogelijkheid van een vervroegde invrijheidstelling. Magyar klaagde over schending van artikel 3 EVRM. Het EHRM onderzocht de mogelijkheid dat de president van Hongarije gratie zou verlenen. De aanvraag van zo een pardon noopte de autoriteiten evenwel niet tot een beoordeling van de kwestie of voortgezette vrijheidsberoving al dan niet gerechtvaardigd zou kunnen zijn op wettige penologische gronden. De wet biedt geen aanknopingspunten voor criteria of voorwaarden waarop een verzoek om pardon zich moest richten. De nationale autoriteiten behoefden hun beslissingen op zulke verzoeken niet te motiveren. Het EHRM is er niet van overtuigd dat een tot levenslang veroordeelde kon weten wat hij moest doen om in aanmerking te komen voor vervroegde invrijheidstelling bij wijze van presidentieel pardon. De regeling van het presidentieel pardon
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a95ab3b57c222179f24a9a80a9796cfab780d9b03f4ddcf2499746ce0921df38. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a95ab3b57c222179f24a9a80a9796cfab780d9b03f4ddcf2499746ce0921df38, en de alinea staat in dat document op bytes 209339 tot 210488.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a95ab3b57c222179f24a9a80a9796cfab780d9b03f4ddcf2499746ce0921df38 | shasum -a 256