Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2016
Onder 11.7.3. Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:406.
Een andere gratiezaak betreffende een levenslang gestrafte die de aandacht van een lid van de volksvertegenwoordiging trok is onderwerp geworden van een kort geding gevoerd voor de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag. Eiser is in hoger beroep op 30 januari 1989 tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld onder meer voor drievoudige moord. Het cassatieberoep is verworpen. Meerdere door eiser inmiddels ingediende gratieverzoeken zijn afgewezen. Een eerder kort geding is door eiser ingetrokken nadat hij met de Staat is overeengekomen dat de Staat na indiening van een nieuw gratieverzoek een onderzoek zou laten verrichten naar, kort gezegd, de impact van een vrijlating van eiser. Het nieuwe daarop ingediende gratieverzoek stelde dat voortzetting van de tenuitvoerlegging van een levenslange gevangenisstraf in strijd was met artikel 3 EVRM. De nadere onderzoeken waartoe de Staat zich eerder had verplicht zijn uitgevoerd. Het OM adviseerde tot afwijzing van het verzoek. Het gerechtshof gaf te kennen positief te adviseren over het gratieverzoek, mits terugkeer in de samenleving op verantwoorde wijze is voorbereid. Het hof achtte zich niet in staat een duidelijk advies te geven, omdat buiten de schuld van de veroordeelde in het geheel nog geen activiteit, gericht op zijn mogelijke resocialisatie, had plaatsgevonden. Daardoor was een oordeel over de strafdoeleinden die al dan niet door een verdere tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf zouden kunnen worden gediend nog niet mogelijk. Het hof adviseerde zo snel mogelijk met een resocialisatietraject te beginnen en het OM en het hof van het verloop daarvan binnen een jaar te informeren. De Staatssecretaris heeft nog aanvullend advies ingewonnen bij ambtelijke diensten onder meer over de complicatie van het feit dat verdachte als vreemdeling ongewenst was verklaard en heeft vervolgens het gratieverzoek afgewezen omdat de strafdoelen vergelding en generale preventie nog door verdere tenuitvoerlegging worden gediend. Daarom is er volgens de Staatssecretaris geen sprake van schending van artikel 3 EVRM. In het daarop door de veroordeelde aangespannen kort geding werd primair een verbod geëist op verdere tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf en – onder meer – subsidiair en meer subsidiair gevorderd om de Staat te bevelen binnen 14 dagen na het vonnis in kort geding een begin te maken met activiteiten gericht op resocialisatie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a95ab3b57c222179f24a9a80a9796cfab780d9b03f4ddcf2499746ce0921df38. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a95ab3b57c222179f24a9a80a9796cfab780d9b03f4ddcf2499746ce0921df38, en de alinea staat in dat document op bytes 241988 tot 244503.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a95ab3b57c222179f24a9a80a9796cfab780d9b03f4ddcf2499746ce0921df38 | shasum -a 256