Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2016
Onder 6.20 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:41.
Samenvattend zijn er blijkens bovenstaande literatuur diverse rechtvaardigingsgronden denkbaar voor een vermogensbelasting. De gedachte dat vermogen zorgt voor zogenaamd gefundeerd inkomen, is de eerste belangrijke grond. Blijkens aangehaalde literatuur heeft deze grond echter nagenoeg zijn belang verloren met het ontstaan van een stelsel van uitkeringen in gevallen van ziekte, arbeidsongeschiktheid en overlijden. De gedachte dat vermogensbezitters een maatschappelijke voorsprong hebben welke herverdeeld moet worden, is de tweede belangrijke gedachte. Deze rechtvaardigt een vermogensbelasting als (vermogens)herverdelende belasting. Blijkens de literatuur die ik hierboven heb aangehaald, is ook op dit argument het nodige af te dingen. De enige denkbare achtergrond voor een belasting naar vermogen als zodanig lijkt te bestaan uit het genereren van middelen voor de publieke zaak. Dat deze gedachte tevens ten grondslag ligt aan de huidige vermogensrendementsheffing, lijkt sterk ondersteund te worden door de bij de introductie van de vermogensrendementsheffing door de Staassecretaris gelegde nadruk op het antimisbruikkarakter van box 3 en op het belang van een robuuste (lees: constante) inkomensstroom voor de overheid.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7991adaa762e4c2c1606b091202588bb99d7f51e2079afcc0bc61647051a42f8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7991adaa762e4c2c1606b091202588bb99d7f51e2079afcc0bc61647051a42f8, en de alinea staat in dat document op bytes 76239 tot 77549.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7991adaa762e4c2c1606b091202588bb99d7f51e2079afcc0bc61647051a42f8 | shasum -a 256