Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2016

Onder 8.11 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:41.

De Hoge Raad heeft gesproken, maar ik plaats toch wat kanttekeningen. Ten eerste merk ik op dat de gehanteerde argumentatie gewrongen overkomt. Uitgangspunt voor beide visies is dat het EVRM op grond van art. 94 Grondwet voor de nationale rechter boven de nationale wet gaat. In mijn visie biedt het EHRM in o.a. het arrest Handyside de Hoge Raad wel degelijk de ruimte om op grond van het verdrag en bijbehorende protocollen de belastingplichtige zo nodig meer rechtsbescherming te bieden dan het EHRM zelf kan verschaffen. De Hoge Raad zelf denkt daar dus anders over en houdt zich strikt aan de grenzen die het EHRM voor zichzelf trekt. Ten tweede is het effect van de arresten over de bedrijfsopvolgingsfaciliteit dat we in Nederland, anders dan in verreweg de meeste andere landen in Europa, nog een robuuste verankering in de idee van machtenscheiding hebben en niet in die van machtsevenwicht. Tot slot komt de vraag op of de Hoge Raad zich zelf wel zo strikt houdt aan deze beperkte visie op de rechtspraak van het EHRM en in voorkomende gevallen de wide margin of appreciation niet wider neemt dan de Europese rechter doet. Onder punt 5.1 ga ik op deze laatste vraag in

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7991adaa762e4c2c1606b091202588bb99d7f51e2079afcc0bc61647051a42f8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7991adaa762e4c2c1606b091202588bb99d7f51e2079afcc0bc61647051a42f8, en de alinea staat in dat document op bytes 113853 tot 115044.