Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2016

Onder 9.10 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:41.

Daarnaast moet worden geconstateerd dat de forfaitaire rendementsheffing, zoals hiervoor ook al is aangegeven, niet alleen beoogt inkomsten uit vermogensbestanddelen te belasten, maar ook vermogenswinsten en -verliezen. Het forfaitair rendementspercentage is in 2001 vastgesteld op 4% en de wetgever had hierbij voor ogen dat dit over een langere periode bezien een redelijk percentage was. Het is dan ook te kort door de bocht om slechts te kijken naar het thans te behalen spaarrendement zonder acht te slaan op de hogere rente in de beginjaren van de introductie van de forfaitaire rendementsheffing dan wel de toekomst. Tevens moet worden onderkend dat het gaat om een vast percentage over het gehele vermogen. Er zullen vermogensbestanddelen zijn waar een laag rendement op wordt behaald en vermogensbestanddelen met een hoog rendement.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7991adaa762e4c2c1606b091202588bb99d7f51e2079afcc0bc61647051a42f8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7991adaa762e4c2c1606b091202588bb99d7f51e2079afcc0bc61647051a42f8, en de alinea staat in dat document op bytes 131119 tot 131974.