Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2016
Onder 9.12 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:41.
Nu de fictie in het fiscale recht om uiteenlopende redenen niet de empirische realiteit van belastingplichtigen als uitgangspunt neemt, heeft deze fictie volgens Dusarduijn een bijzondere relatie met rechtsbeginselen die het hart vormen van de rechtvaardigheid van het recht. Over het algemeen vergroot een rechtsfictie de rechtszekerheid, maar door de gedwongen gelijke behandeling van ongelijke gevallen staat zij op gespannen voet met het gelijkheidsbeginsel. Fiscale ficties lopen ook eerder uit de pas met het eigendomsrecht: de proportionaliteitseis van art. 1 EP EVRM relateert immers de inbreuk op dit recht aan de realiteit van een individuele belastingplichtige. Dusarduijn benadrukt dat vooral de gestapelde fictie — bijvoorbeeld de combinatie van een eenvoudsfictie met een instrumentele doelstelling of een samenvoeging van meerdere eenvoudsficties — een moeizame relatie heeft met deze rechtsbeginselen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7991adaa762e4c2c1606b091202588bb99d7f51e2079afcc0bc61647051a42f8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7991adaa762e4c2c1606b091202588bb99d7f51e2079afcc0bc61647051a42f8, en de alinea staat in dat document op bytes 135219 tot 136154.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7991adaa762e4c2c1606b091202588bb99d7f51e2079afcc0bc61647051a42f8 | shasum -a 256