Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2016

Onder 9.14 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:41.

Ik breng verder nog onder de aandacht dat we het bij art. 1 EP hebben over een bepaling uit een mensenrechtenverdrag. Laat de term ‘mensenrechten’ even bezinken. We hebben het dan over de bescherming van onze fundamentele vrijheden, gerechtigdheid, menselijke waardigheid en vrede. Hoe verhouden dergelijke verheven rechten zich tot de vermogensrendementsheffing? Is met die heffing inderdaad sprake van een zodanig machtsmisbruik van de belastingwetgever dat de fundamentele rechten van de mens worden geschonden? Ik betwijfel dat en kan mij daarom ook goed voorstellen dat de Hoge Raad zich op dit punt ook in de toekomst terughoudend blijft opstellen. De ruime beoordelingsmarge van de wetgever biedt de Hoge Raad naar mijn idee daartoe voldoende ruimte en ik denk dat een toetsing van het forfaitaire rendement aan art. 1 EP daarop zal stranden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7991adaa762e4c2c1606b091202588bb99d7f51e2079afcc0bc61647051a42f8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7991adaa762e4c2c1606b091202588bb99d7f51e2079afcc0bc61647051a42f8, en de alinea staat in dat document op bytes 139113 tot 139979.