Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2016
Onder 3.2 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:41.
Ter toelichting op dit middel wijst belanghebbende op jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM) en de Hoge Raad . Belanghebbende meent dat van belang is in welke mate een individu daadwerkelijk getroffen wordt door de regeling. De globale bewoordingen van het Hof in r.o. 7.6 van diens uitspraak stroken niet met het voorgaande. Belanghebbende voert cijfers aan omtrent kosten die in deze periode samenhingen met één van de drie Nederlandse onroerende zaken gedurende de periode van 2007 tot en met 2013. Belanghebbende meent dat het door hem becijferde verlies van € 69.827 in die periode – welke het Hof niet in diens beoordeling heeft betrokken – tot de conclusie moet leiden dat voor belanghebbende ter zake van de heffing van box 3 sprake is van een individuele, buitensporige last. Hierboven bedoeld oordeel van het Hof vindt belanghebbende dan ook onbegrijpelijk in het licht van de door hem aangedragen feiten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7991adaa762e4c2c1606b091202588bb99d7f51e2079afcc0bc61647051a42f8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7991adaa762e4c2c1606b091202588bb99d7f51e2079afcc0bc61647051a42f8, en de alinea staat in dat document op bytes 17314 tot 18481.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7991adaa762e4c2c1606b091202588bb99d7f51e2079afcc0bc61647051a42f8 | shasum -a 256