Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2016
Onder 5.14 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:41.
Het optimisme dat ik hierboven heb beschreven, heeft klaarblijkelijk een grote rol gespeeld bij de introductie van de vermogensrendementsheffing, welke sinds 2001 opgenomen is in hoofdstuk 5 van de Wet IB 2001. Dat blijkt uit twee zaken. Ten eerste ligt aan het principe van het belasten van een vast forfaitair rendement (ter benadering van werkelijk rendement) de gedachte ten grondslag dat het aannemelijk is dat in de toekomst een dergelijke constante inkomensstroom (bij benadering) daadwerkelijk zal vloeien. Daarnaast doet de hoogte van het forfaitaire rendement (4%) vermoeden dat de beleidsmakers zich mede hebben laten leiden door de sterke koersstijgingen op onder andere de beurs (zoals zichtbaar in onderdeel 5.7 van deze conclusie).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7991adaa762e4c2c1606b091202588bb99d7f51e2079afcc0bc61647051a42f8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7991adaa762e4c2c1606b091202588bb99d7f51e2079afcc0bc61647051a42f8, en de alinea staat in dat document op bytes 36501 tot 37260.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7991adaa762e4c2c1606b091202588bb99d7f51e2079afcc0bc61647051a42f8 | shasum -a 256