Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2016

Onder 3.5 Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:417.

5 Eén van de gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling is dat alle goederen die de schuldenaar tijdens de looptijd van de regeling verkrijgt in de boedel vallen (art. 295 lid 1 Fw). Dat geldt dus ook voor maandelijkse inkomsten uit arbeid, onderneming of uitkering. Op grond van art. 295 lid 2 Fw mag de schuldenaar een bedrag gelijk aan de beslagvrije voet bedoeld in art. 475d Rv (90% van de bijstandsnorm) houden. Dit bedrag wordt het ‘vrij te laten bedrag’ genoemd (‘vtlb’). In de praktijk wordt het vtlb berekend aan de hand van een rekenmodel, opgesteld door de Werkgroep Rekenmethode van de Recofa, dat onder meer rekening houdt met de door de schuldenaar verschuldigde huur- en servicekosten, energiekosten en ziektekosten. Het vtlb kan ook door de rechter-commissaris (ambtshalve of op verzoek van de bewindvoerder of de schuldenaar) worden verhoogd, rekening houdend met de financiële verplichtingen van de schuldenaar (art. 295 lid 3 Fw). Op de schuldenaar rust de verplichting om al zijn inkomsten boven het vtlb aan de boedel af te dragen. Deze afdrachtplicht kan op verschillende manieren worden vormgegeven: de schuldenaar kan zelf het surplus op de boedelrekening overmaken, maar het komt ook voor dat de werkgever dat doet of een kredietbank inkomsten en uitgaven beheert.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c1807c9ab9a6e5491cddd99de6a484d8f447afe83057757b48024a5c3401ec63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c1807c9ab9a6e5491cddd99de6a484d8f447afe83057757b48024a5c3401ec63, en de alinea staat in dat document op bytes 11513 tot 12841.