Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2016
Onder 4.4.1. Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:443.
Bij de toepassing van artikel 3.65 van de Wet heeft als voorwaarde te gelden dat de belastingplichtige die een verzoek doet tot geruisloze omzetting van de door hem gedreven onderneming een ondernemer is als bedoeld in artikel 3.4 van de Wet. Dit volgt uit het systeem dat de wetgever voor ogen heeft gehad, zoals blijkt uit de in artikel 3.4 van de Wet opgenomen zinsnede ‘In deze afdeling en de daarop berustende bepalingen’ – tot welke bepalingen ook artikel 3.65 van de Wet behoort –, alsmede en meer in het bijzonder uit het slot van artikel 3.65, eerste lid, van de Wet, waarin ten aanzien van medegerechtigden als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, onderdeel a, van de Wet is bepaald dat zij uitsluitend voor geruisloze omzetting in aanmerking komen als zij – kort gezegd – een ondernemersverleden hebben.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/64a9f4635935ecadc600bd1dc0e5e397afb7547b33ec956e258de872970ae6d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 64a9f4635935ecadc600bd1dc0e5e397afb7547b33ec956e258de872970ae6d4, en de alinea staat in dat document op bytes 48052 tot 48891.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/64a9f4635935ecadc600bd1dc0e5e397afb7547b33ec956e258de872970ae6d4 | shasum -a 256