Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2016
Onder 4.4.5. Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:443.
Hiervan uitgaande acht het Hof met betrekking tot de vraag voor wiens rekening de onderneming wordt gedreven, beslissend tot wier vermogen – juridisch en/of economisch – de vermogensbestanddelen behoren waarmee de onderneming wordt gedreven. Naar het oordeel van het Hof volgt uit het besloten karakter van het fonds en het ontbreken van rechtspersoonlijkheid, in samenhang met artikel 9, eerste en tweede lid, eerste volzin, van de fondsvoorwaarden, dat de participanten juridisch en/of economisch (onverdeeld, in gemeenschap) eigenaar zijn van de vermogensbestanddelen waarmee de onderneming wordt gedreven. Dat geldt in het bijzonder voor de economische eigendom van het schip, in welk verband de rechtbank terecht erop heeft gewezen dat de voor- en nadelen van de economische eigendom van dat schip (rechtstreeks) voor rekening van de participanten van het fonds komen. Een en ander is ook in overeenstemming met onderdeel C van de considerans van de fondsvoorwaarden. De participanten in het fonds genieten het resultaat van de onderneming – naar rato van hun aandeel in het fondsvermogen – derhalve rechtstreeks en het zijn deze participanten die als de subjecten voor wier rekening de onderneming wordt gedreven moeten worden beschouwd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/64a9f4635935ecadc600bd1dc0e5e397afb7547b33ec956e258de872970ae6d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 64a9f4635935ecadc600bd1dc0e5e397afb7547b33ec956e258de872970ae6d4, en de alinea staat in dat document op bytes 50605 tot 51870.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/64a9f4635935ecadc600bd1dc0e5e397afb7547b33ec956e258de872970ae6d4 | shasum -a 256