Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2016

Onder 8.6 Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:443.

Deze benadering door het Hof is in overeenstemming met het geldende recht in het geval deze gebruikt wordt om te beoordelen of sprake is van een maatschap. Het bestaan van een maatschap wordt immers (dwingendrechtelijk) aangenomen op basis van materiële kenmerken, of, meer bepaald, op basis van feiten en omstandigheden alsmede objectief te beoordelen contractuele verhoudingen tussen partijen die aanleiding geven tot het constateren van het bestaan van een maatschap. Voldoende kan hiervoor zelfs zijn de situatie waarin personen afzonderlijk hun wil tot deelneming in het gezamenlijk kapitaal onder vastgestelde voorwaarden kenbaar hebben gemaakt door het nemen van een participatie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/64a9f4635935ecadc600bd1dc0e5e397afb7547b33ec956e258de872970ae6d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 64a9f4635935ecadc600bd1dc0e5e397afb7547b33ec956e258de872970ae6d4, en de alinea staat in dat document op bytes 230682 tot 231575.