Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2016

Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:45.

“Hoewel verdachte heeft verklaard dat hij [betrokkene] uit paniek zou hebben geschud omdat deze reeds onwel was geworden, acht de rechtbank deze gang van zaken niet aannemelijk geworden. De rechtbank overweegt daartoe dat verdachte hierover wisselende verklaringen heeft afgelegd en geen volledige openheid van zaken heeft gegeven. Bovendien geven de door verdachte geschetste omstandigheden er ook geen blijk van dat hij in paniek zou hebben gehandeld. Verdachte heeft bij de rechter-commissaris immers verklaard dat hij zag dat [betrokkene] bewusteloos was, waarna hij hem (in paniek) zou hebben wakker geschud. Daarna zou verdachte [betrokkene] weer terug hebben gezet in zijn badje, omdat verdachte in de veronderstelling verkeerde dat het wel mee zou vallen. Deze laatste veronderstelling verhoudt zich naar het oordeel van de rechtbank niet met verdachtes verklaring dat hij – kort daarvoor – behoorlijk in paniek is geweest.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41b4599331d59908c22b15ff69444d8c0fa746570a914e3c663a23777450a2c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41b4599331d59908c22b15ff69444d8c0fa746570a914e3c663a23777450a2c9, en de alinea staat in dat document op bytes 6499 tot 7453.