Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2016
Onder 4.12. Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:460.
De bevoegdheid die (mede) aan een opsporingsambtenaar (als een in art. 159 WVW 1994 bedoeld persoon) ingevolge lid 1 van art. 160 WVW 1994 toekomt is tweedelig: het vorderen dat de bestuurder zijn motorrijtuig stilhoudt en het (vervolgens) vorderen dat hij zijn rijbewijs en/of kentekenbewijs ter inzage afgeeft, welke bevoegdheid die ambtenaar mag hanteren om - zo volgt uit het verband met lid 4 - zich te vergewissen van de naleving van de bij of krachtens Wegenverkeerswet vastgestelde voorschriften. De bevoegdheid van art. 160 WVW 1994 is een controlebevoegdheid, enige band met de strafrechtelijke handhaving van de Wegenverkeerwetgeving is niet vereist.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83734eb62b76522bf37e9f8899eb8d4b1b9ae1f287f0104ace116270eb3bb8b1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83734eb62b76522bf37e9f8899eb8d4b1b9ae1f287f0104ace116270eb3bb8b1, en de alinea staat in dat document op bytes 62256 tot 62994.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/83734eb62b76522bf37e9f8899eb8d4b1b9ae1f287f0104ace116270eb3bb8b1 | shasum -a 256