Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2016

Onder 4.14. Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:460.

Dat, naast het ‘zich vergewissen’ in het kader van de Wegenverkeerswet 1994, de politieambtenaren nog andere doeleinden voor ogen hadden heeft het hof in extenso trachten vast te stellen. Maar daarmee is het hof in mijn ogen een dwaalweg ingeslagen. Het enkele bestaan van dergelijke, door het hof beschreven andere doeleinden levert immers niet, volgens het door de Hoge Raad omschreven criterium, ‘détournement de pouvoir’ op. Dat is aan de orde als uitsluitend voor andere doeleinden een stopteken als bedoeld in art. 160 WVW 1994 is gegeven. Of, zoals de Hoge Raad in NJ 2006/653 overwoog: “[a]an de rechtmatigheid van die uitoefening van deze controlebevoegdheid kan (…) de enkele omstandigheid dat (…) die bevoegdheid is aangewend naar aanleiding van informatie die zou kunnen wijzen op betrokkenheid van een of meer inzittenden van het voertuig bij enig strafbaar feit, niet afdoen. Ook indien deze stelling juist zou zijn, kan daaruit immers niet worden afgeleid dat de controlebevoegdheid uitsluitend is gebruikt voor een ander doel, te weten: voor het verrichten van opsporingshandelingen, dan waarvoor deze is verleend.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83734eb62b76522bf37e9f8899eb8d4b1b9ae1f287f0104ace116270eb3bb8b1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83734eb62b76522bf37e9f8899eb8d4b1b9ae1f287f0104ace116270eb3bb8b1, en de alinea staat in dat document op bytes 64787 tot 65949.