Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2016
Onder 5.4. Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:460.
Mijn ambtgenoot Machielse merkt in zijn conclusie bij HR 26 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9199 op dat nadien gevolgde arresten van de Hoge Raad laten zien dat “[n]och het bestaan van een historisch/causaal verband tussen het niet-inachtnemen van een bepaalde vorm enerzijds en het ontstaan van de verdenking van een aan de verdachte tenlastegelegd feit of het voorhanden zijn van bewijsmateriaal anderzijds, noch het feit dat dezelfde ambtenaar eerst een niet-strafvorderlijke bevoegdheid uitoefent en daarna overgaat tot opsporingshandelingen, noch gelijkenis (qua aard of impact) van de niet-strafvorderlijke bevoegdheid die met verzuim van vormen is aangewend met een strafvorderlijke bevoegdheid, maakt dat een vormverzuim is begaan binnen het verband waarop de rechter bij toepassing van art. 359a acht slaat.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83734eb62b76522bf37e9f8899eb8d4b1b9ae1f287f0104ace116270eb3bb8b1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83734eb62b76522bf37e9f8899eb8d4b1b9ae1f287f0104ace116270eb3bb8b1, en de alinea staat in dat document op bytes 69389 tot 70285.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/83734eb62b76522bf37e9f8899eb8d4b1b9ae1f287f0104ace116270eb3bb8b1 | shasum -a 256