Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2016

Onder 5.7. Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:460.

“ook op vormverzuimen buiten het kader van art. 359a Sv past (…) het in de arresten van 19 februari 2013 ontwikkelde toetsingskader heel goed. Betekent een dergelijk verzuim bij de bewijsgaring dat gebruik van het verkregen bewijsmateriaal strijdt met art. 6 EVRM, dan zal bewijsuitsluiting moeten volgen, ook als het verzuim valt buiten art. 359a Sv. De eerste bewijsuitsluitingsregel leent zich zonder meer voor toepassing op vormfouten die vallen buiten art. 359a Sv. Ook vormfouten bij de bewijsgaring buiten art. 359a Sv zullen immers tot bewijsuitsluiting leiden als het recht op een eerlijk proces daartoe noopt. De tweede en derde bewijsuitsluitingsregel lenen zich echter ook voor toepassing op vormfouten die buiten het kader van art. 359a Sv vallen. Door de afbakening van het toepassingsbereik van deze regels hoeft niet ervoor te worden gevreesd dat als zij van overeenkomstige toepassing worden verklaard, de sluizen opengaan. Vereist is immers volgens die regels dat het onrechtmatig handelen zeer ingrijpend inbreuk heeft gemaakt op een grondrecht van de verdachte, dan wel dat dit handelen structureel voorkomt en hoewel bij hen bekend, door de verantwoordelijke autoriteiten genegeerd, alsmede dat het desbetreffende handelen bewijsmateriaal heeft opgeleverd in de ter beoordeling voorliggende zaak.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83734eb62b76522bf37e9f8899eb8d4b1b9ae1f287f0104ace116270eb3bb8b1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83734eb62b76522bf37e9f8899eb8d4b1b9ae1f287f0104ace116270eb3bb8b1, en de alinea staat in dat document op bytes 79984 tot 81322.