Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2016
Onder 5.9. Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:460.
Met de beide geciteerde schrijvers deel ik de opvatting dat voor de beoordeling van de vraag of enig rechtsgevolg moet worden verbonden aan vormverzuimen die buiten het voorbereidend onderzoek zijn begaan, aansluiting kan worden gezocht bij het toetsingskader van art. 359a Sv. Al was het maar omdat ik mij ernstig afvraag welke “sanctioneringsregels” anders voor dergelijke verzuimen moeten gelden; althans geen goede reden kan bedenken waarom dat toetsingskader zich niet leent voor toepassing op verzuim van vormen begaan buiten de grens van het voorbereidend onderzoek terwijl het, zoals Kuiper opmerkt, ook dan kan gaan om vormverzuimen die net zo ernstig kunnen zijn als verzuimen begaan bij voorbereidend onderzoek. Het door de Hoge Raad in NJ 2013/308 aangehaalde arrest betreffende het aanwenden van de aan de Douanewet ontleende bevoegdheid van lijfsvisitatie bij een zgn. 100%-douanecontrole op Schiphol is hier een illustratie van.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83734eb62b76522bf37e9f8899eb8d4b1b9ae1f287f0104ace116270eb3bb8b1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83734eb62b76522bf37e9f8899eb8d4b1b9ae1f287f0104ace116270eb3bb8b1, en de alinea staat in dat document op bytes 83495 tot 84455.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/83734eb62b76522bf37e9f8899eb8d4b1b9ae1f287f0104ace116270eb3bb8b1 | shasum -a 256