Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2016

Onder 2.4.6. Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:460.

In het hier bedoelde geval komt toepassing van bewijsuitsluiting slechts in aanmerking indien aannemelijk is geworden dat die toepassing in de gegeven omstandigheden daadwerkelijk de beoogde normerende werking op de praktijk van opsporing en vervolging zal hebben, waarbij van belang kan zijn wat de oorzaak van het vormverzuim is en wat (reeds) door de verantwoordelijke autoriteiten ter voorkoming van overtreding van het bewuste voorschrift is ondernomen. In het geval zodanig preventief effect op zichzelf is te verwachten, moet worden onderzocht of in de gegeven omstandigheden toepassing van bewijsuitsluiting opweegt tegen de daarvan te verwachten negatieve effecten en of aldus niet op onaanvaardbare wijze afbreuk wordt gedaan aan zwaarwegende belangen als de waarheidsvinding en de bestraffing van de dader van een - mogelijk zeer ernstig - strafbaar feit, alsmede in voorkomend geval aan de rechten van slachtoffers of hun nabestaanden, mede gelet op uit het EVRM voortvloeiende positieve verplichtingen tot effectieve bestraffing.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83734eb62b76522bf37e9f8899eb8d4b1b9ae1f287f0104ace116270eb3bb8b1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83734eb62b76522bf37e9f8899eb8d4b1b9ae1f287f0104ace116270eb3bb8b1, en de alinea staat in dat document op bytes 94849 tot 95905.