Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2016

Onder 4.4. Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:460.

7. Het oordeel van het hof dat de betrokken verbalisanten, die op grond van de Wegenverkeerswet 1994 bevoegd waren verdachte, als bestuurder van een personenauto, een stopteken te geven en naar zijn rijbewijs te vragen, deze bevoegdheid - in ieder geval mede - hebben uitgeoefend om zich te vergewissen van de naleving van de bij of krachtens de Wegenverkeerswet vastgestelde voorschriften als bedoeld in het vierde lid van art. 160 WVW 1994, is niet onbegrijpelijk. Evenmin leid ik uit de door het hof vermelde feiten en omstandigheden af dat verdachte op het moment dat het stopbevel ex art. 160 WVW 1994 werd gegeven al was aangemerkt als verdachte in de zin van art. 27 Sv, waarop kennelijk de stelling in de toelichting op het middel is gebaseerd dat aan “zijn rechten als verdachte tekort werd gedaan”. Deze status kreeg hij kennelijk pas toen hij, terwijl het gesprek tussen hem en de verbalisanten nog gaande was, plotseling met grote snelheid wegreed en een van de verbalisanten snel moest wegstappen om te voorkomen dat hij werd geraakt. Maar zelfs als verdachte op het moment van de verkeerscontrole al wel concreet verdacht werd van enig strafbaar feit, zie ik niet in aan welke hem toekomende rechten zou zijn tekortgedaan. Hem is immers toen alleen gevraagd naar zijn rij- en kentekenbewijs en om toestemming om in zijn auto te kijken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83734eb62b76522bf37e9f8899eb8d4b1b9ae1f287f0104ace116270eb3bb8b1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83734eb62b76522bf37e9f8899eb8d4b1b9ae1f287f0104ace116270eb3bb8b1, en de alinea staat in dat document op bytes 54178 tot 55544.