Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016

Onder 2.6. Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:471.

In het verzoekschrift tot cassatie heeft de oud-notaris zich rekenschap gegeven van het bepaalde in art. 94 lid 1 Wna. Hij stelt dat dit rechtsmiddelverbod kan worden doorbroken indien een fundamenteel rechtsbeginsel is geschonden . De klacht luidt dat in hoger beroep door partijen noch door het hof aandacht is besteed aan de vraag of er aanleiding was om niet met de in eerste aanleg opgelegde waarschuwing en/of berisping te volstaan, maar – bij wijze van ultieme tuchtrechtelijke maatregel – de oud-notaris uit zijn ambt te ontzetten. Het middel klaagt over schending door het hof van art. 6 EVRM, althans over een ontoereikende motivering, nu, in een geval als dit, de rechter die besluit tot een verzwaring als hier aan de orde van een in eerste aanleg opgelegde sanctie, zulks niet behoort te doen dan nadat aan de belanghebbende gelegenheid is gegeven om zich over dat punt uit te laten. Door die gelegenheid niet te geven, is volgens het cassatiemiddel sprake van een ongeoorloofde verrassingsbeslissing.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/296c5343b219bd85ac85607348552f301adc1e7bc4e4ccb06ff62a3a52aa38c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 296c5343b219bd85ac85607348552f301adc1e7bc4e4ccb06ff62a3a52aa38c0, en de alinea staat in dat document op bytes 14149 tot 15243.