Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016

Onder 2.9. Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:471.

Indien art. 6 lid 1 EVRM van toepassing is op basis van de civiele poot van dit verdragsartikel, behoeft niet meer te worden onderzocht of deze verdragsbepaling (ook) van toepassing is op de grond dat de notarieel tuchtrechtelijke procedure, resulterend in een ontzetting uit het ambt van notaris, te beschouwen is als het vaststellen van de gegrondheid van een vervolging in de (verdragsautonome) betekenis die art. 6 lid 1 EVRM aan het begrip ‘vervolging’ geeft . In het hierna volgende zal ik uitgaan van toepasselijkheid van art. 6 lid 1 EVRM op de tuchtrechtelijke appelprocedure bij het gerechtshof Amsterdam.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/296c5343b219bd85ac85607348552f301adc1e7bc4e4ccb06ff62a3a52aa38c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 296c5343b219bd85ac85607348552f301adc1e7bc4e4ccb06ff62a3a52aa38c0, en de alinea staat in dat document op bytes 19581 tot 20276.